Geschiedenis

 

Herkomst van de familienaam van Betsbrugge.

Een eenduidige verklaring voor de betekenis van de naam hebben we tot nu toe niet gevonden. Specialisten in naamkunde, zoals dr. Germ. Fil. Frans Debrabandere en Jozef Van Overstraeten, zijn het erover eens dat de naam een herkomstnaam is, afgeleid van een plaats: een toponiem.

Waar we deze plaats moeten zoeken is onduidelijk. Enkele oude vermeldingen brengen ons in 1311 in Anzegem:”Willaume de Bedsbrugghe”; in 1382 in Wervik “Fierin van Betsbrugghe” (lijst van verbeurde goederen na de slag van Westrozebeke) en in 1396 in Moen “Willem van Bedsbrugghe”. De Flou besluit dat Betsbrugge in 1418 een heerlijkheid in Aarsele was en verwijst naar de naam “Olivier van Betsbrugghe” en van latere datum een toponiem in Meulebeke.

De oudste wezerij registers van Kortrijk vermelden van Betsbrugge's in Kortrijk, Petegem, Harelbeke en Moen. In het Oudenaardse kunnen we in de periode 14de - 16de eeuw, tientallen gezinnen terugvinden met de naam of naamvariant van van Betsbrugge; bijvoorbeeld in 1335: “Pieter van Betsbrugghe diemen seit van craeynest van oore cochte zyn poorterscep sondachs voor St Luucxs dach…”.

In Deinze zijn er in de 15de eeuw belangrijke brouwers met onze familienaam en in 1447 wordt zelfs een baljuw van de heren van Gruuthuse vermeld in Avelgem, met name “Oste van Bedsbrugghe”. Het Tieltse, en vooral de streek van Aarsele heeft in latere tijden heel wat van Betsbrugge's voortgebracht.

“Olivier van Betsbrugghe” wordt in 1497 genoemd als schepen van de heerlijkheid Heestert.

Moeilijker te controleren bronnen (zeg maar dubieus), zoals “International Genealogical Index”, de database van de Mormoonse kerkgenootschap, laat reeds in 1062 van Betsbrugge's opdraven. Zo is er een zekere Ida van Lorreinen als dochter van Henri II van Lorreinen en Alix, gravin van Betsbrugge, ergens in het Brabantse geboren in dit jaar. Ook een Mathilde van Betsbrugge, gehuwd met Robert II van Wavrin wordt in de 13de eeuw vermeld.

Enkele mogelijke verklaringen van de onderdelen van de naam zijn de volgende. De plaatsnaam Betsbrugge betekent waarschijnlijk brug, d.i. brug van Bette uit Betto, geassimileerd uit het Germaanse Berhto, korte vorm van een Berht-, d.i. Brecht-naam. Het Germaanse Berhtaz betekent “schitteren” (in het Engels 'bright'). De naam zou dus schitterende brug kunnen betekenen.

Van Overstraeten komt ook voor een stuk in die buurt als hij stelt dat Bets afgeleid is van een Germaanse naam Betso, bakernaam voor Behrt < Bercht < Brecht, hetgeen schitterend of glanzend betekent. Hij verwijst ook naar een Betsbergebos in Oosterzele.

Bij gemeenteraadsbesluit van 17 september 1981, heeft men in Anzegem een gedeelte van de vroegere Kalkstraat herbenoemd als 'Belsbruggestraat'. De motivatie hiervan was dat Belsbrugge een oud plaatselijk toponiem betrof, dat nog in de volkstaal wordt gebruikt. Men geeft wel toe dat er wellicht te weinig onderzoek gedaan is in die periode om de originele schrijfwijze te behouden in plaats van het in de volksmond goed liggende Belsbrugge.

De schepen van cultuur op zijn beurt veronderstelt dat het verdwijnen van de familienaam “van Betsbrugge” in de streek ertoe geleid heeft dat men de oorspronkelijke betekenis van het toponiem “Betsbrugge's land” niet meer begreep. Hij besluit met “Misschien ligt Bels…iets makkelijker in de mond dan Bets…?

Kortom Betsbrugge moet een heel oud toponiem zijn waarvan de exacte locatie nog niet opgespoord is en waarvan de betekenis iets kan te maken hebben met “schitterend” en “brug”. Om die reden werd ook in het wapenschild een brug als hoofdelement opgenomen.